Nieuws GLFB

Familiebedrijven en Corona crisis in Dagblad De Limburger

Geplaatst op 3 juni 2020

Journalist Frans Dreissen schreef een artikel voor in zaterdageditie van 30 mei 2020 over hoe diverse bedrijven door de Corona crisis geraakt worden. Hierbij zijn o.a. aan het woord Anita van Gils - onderzoeksgroep familiebedrijven Universiteit Maastricht, Jan Hol - Holbox, Giel Braun - LWV en voorzitter Mirjan Bottinga-Kuypers. 

ACHTERGROND FAMILIEBEDRIJVEN
DOOR FRANS DREISSEN 
Een deugd in crisistijd: ouderwetse degelijkheid Familiebedrijven kunnen best tegen een stootje. Ze komen door de bank genomen redelijk door een crisis. Wat maakt ze zo bijzonder?

In een moderne wereld van snel en geleend geld, vlotte topmanagers, overnames en de focus op aandeelhouderswaarde doen familiebedrijven haast aandoenlijk aan. Ze zouden ouderwets, saai en weinig vooruitstrevend zijn. Het toppunt van oubolligheid: de galerij in de vergaderkamer met door dikke sigarenwalm vergeelde portretten van vorige generaties roergangers.

Het beeld dat een groot deel van de buitenwacht heeft van familiebedrijven, behoeft echter dringend bijstelling. „Het economisch belang van het familiebedrijf is niet te onderschatten”, zegt Anita Van Gils, van de onderzoeksgroep Familiebedrijven van de Universiteit Maastricht. „Ze zijn bovendien sterk lokaal en regionaal verankerd en sociaal vaak zeer geëngageerd. Zowel naar hun omgeving, hun klanten als de eigen medewerkers.”

Familiebedrijven ontslaan in crisistijd minder snel werknemers, zo leert de geschiedenis. „Dat tekent duidelijk de kracht van het langetermijnperspectief”, aldus Van Gils. „De meeste familiebedrijven zijn optimistisch over de toekomst en verwachten dat het na de coronacrisis weer beter zal gaan. De eigenaren dragen de pijn, omdat ze weten dat ze hun personeel straks hard nodig hebben.”


Familiebedrijven beschikken doorgaans over ‘geduldig kapitaal’, een potje voor als het economisch tij even tegenzit. Anita Van Gils Uit onderzoek blijkt dat 65 tot 70 procent van het Limburgse mkb een familiebedrijf is, wat neerkomt op 8000 tot 10.000 ondernemingen (eenmansbedrijven en ZZP’ers niet meegeteld). „Ze zijn sterk gericht op continuïteit en betrouwbaarheid. Ze beschikken doorgaans over grotere financiële reserves; geduldig kapitaal. Voor als het economisch tij even tegenzit. Ze zijn ook minder afhankelijk van banken.”

Voor veel familiebedrijven geldt dat winstmaximalisatie geen doel op zich is. „Ze leggen zichzelf niet de hoogste rendementseisen op. Ze gaan voor stabiele groei. Ook hebben ze een sterk sociaal kapitaal; een goede relatie met hun werknemers en een sterke binding met leveranciers, relaties en klanten.”

ZWAAR WEER
Familiebedrijven blijven ook in crisistijd optimistisch: wij lossen dit wel op. Mirjan Bottinga-Kuypers, Zijn familiebedrijven dan de winnaars in een crisis? „Nee, was dat maar waar”, zegt Anita Van Gils. „Ook zij kampen met zwaar weer, beroerde marktomstandigheden, afnemend consumentenvertrouwen en steeds meer regelgeving. Waarin familiebedrijven zich onderscheiden, is de reactie op deze omstandigheden.”

„Voorts zijn er grote verschillen in sectoren. Er zijn koplopers, achterblijvers, winnaars en onvermijdelijk ook faillissementen. Een crisis heeft altijd meerdere gezichten. Bedrijven die juist van deze crisis profiteren, zijn bijvoorbeeld de supermarkten, de speelgoedwinkels, de groensector, de IT-branche en de verkopers van zwembaden. Tal van andere zitten juist in een overlevingsmodus. De hotels, natte horeca, restaurants, de modeen schoenenwinkels met name.”

Veel ondernemingen lijden; vaak in stilte. „Omdat ze het liefst in de luwte opereren”, verduidelijkt Van Gils. „Zoals ze zich niet snel op de borst zullen kloppen in goede tijden, zo laten ze ook niet gauw van zich horen als het wat minder gaat. Ze willen in controle blijven.”

„Familiebedrijven hebben iets meer lucht dan andere bedrijven, al is die niet onbeperkt”, zegt Mirjan Bottinga-Kuypers, voorzitter van het Genootschap van Limburgse Familie Bedrijven. „Ze kunnen vaak interen op het eigen vermogen. Tegelijkertijd blijven ze optimistisch. Hun adagium: wij lossen dit wel op. Een crisis bevordert creatief ondernemerschap. Het grote voordeel is dat ze snel kunnen anticiperen op plotselinge verandering. Ze zijn niet afhankelijk van vaak stroperige procedures en besluitvorming op meerdere niveaus. Daarnaast kunnen veel ondernemers terugvallen op ervaringen met eerdere crises. Capituleren? Nee. Vechten! Ze hebben trouwens weinig keus.”

Ouderwetse degelijkheid blijkt juist in crisistijd een deugd. De vermeende ‘stoffige bazen’ hebben een langere horizon, zijn conservatiever gefinancierd en beter in staat om tegenslagen op te vangen. „De betrokkenheid bij hun bedrijf is groot. Ze hebben de energie, ambitie en drive om ‘hun kindje’ door moeilijke tijden te loodsen.” Zo wordt crisistijd onder meer benut voor innovaties, het aanpassen van het bedrijfsbeleid en enige zelfreflectie.

AFHANKELIJK
„Een potentieel nadeel van een familiebedrijf is dat het te afhankelijk kan worden van een CEO uit de familie. Iemand die zo overtuigd is van zijn eigen gelijk en strategie, dat hij geen tegenspraak duldt. Een ander probleem is het niet tijdig plannen van een bedrijfsoverdracht. In veel bedrijven is het al vijf na twaalf. Een goede overdracht, zo toont wetenschappelijk onderzoek aan, vergt ongeveer tien jaar. Van inwerken, aanleren, nieuwe kansen verkennen, innoveren, digitaliseren.”

Als voorbeeld van een zeer geslaagde overdracht noemt Van Gils het Oostwegel-imperium. Camile Oostwegel jr. nam per 1 januari het stokje volledig over van zijn vader. „Het is mooi hoe hij de crisis aanpakt. Met koken voor minderbedeelden, met de moderniseren van de hotels en restaurants. Je moet zo’n jongere generatie ook een kans geven en ruimte gunnen.”

In de ogen van velen zijn familiebedrijven conservatief. „Maar in de kern bruisen ze van de energie en zie je veel dynamiek”, aldus Van Gils. „Ze focussen juist sterk op het post-coronatijdperk. Sterker dan andere bedrijven. Reden waarom familiebedrijven al jaren de stabiele factor in de economie vormen.”

___________________________________________

DE "OUDE HEER" ALS CRISISBEZWEERDER
Jan Hol (74) van Holbox in Echt droeg zijn bedrijf in december keurig over aan de kinderen. Lang genieten van een rustige oude dag kon hij niet. Corona! „Paniek in de tent en in Huize Hol. Wat nu?”

„Mensen worden bang. Ik ook. Maar als je lang bang blijft, dan wordt de situatie er niet beter op.” Voordat hij er erg in had, zat Jan Hol weer mee te sturen op de bok. „Dan val je terug op die pioniersgeest van weleer. Dat instinct van overleven. Het is de kunst om snel nieuwe mogelijkheden en nieuwe markten te verkennen.”

Bij Holbox, specialist op het gebied van creatieve en innovatieve displays, viel van de ene op de andere dag in maart een groot deel van de omzet weg. „De campagnes voor het EK voetbal en de Formule 1 werden acuut gecanceld. Winkels gingen dicht. Als binnen een kwartaal een paar miljoen euro aan omzet wegvalt, dan moet je meteen schakelen.”
Jan Hol is gepokt en gemazeld. Hij heeft het bedrijf met nu 450 medewerkers door meerdere crises geloodst. De financiële crisis van 2008 was een wijze les. „Toen hebben we te lang afgewacht. Zal wel meevallen, dachten we. Maar die crisis bleek toch hardnekkig.”

Daar waar de huidige generatie in de coronacrisis aanvankelijk amper raad wist met de ongewone situatie, daar voelde de oudste generatie direct een uitdaging. „Je gaat de markt nog nauw- keuriger analyseren. Dan zie je dat er 20 procent minder klanten zijn in een supermarkt. Maar dat die mensen boodschappen doen voor meerdere huishoudens. Ze maken thuis dus lijstjes en doen minder impulsaankopen, daar waar onze displays juist voor zijn bedoeld.”

Niet denken in vastgeroeste patronen. Gebaande paden durven te verlaten. De focus werd verlegd naar bijvoorbeeldde drogist, apo- theek en speelgoedsector. „Als familiebedrijf kun je heel snel besluiten nemen en anticiperen.”

Een crisis heeft volgens Hol een nare maar ook een uitdagende kant. Ik denk dat een oudere generatie, die het bedrijf van kleins af aan heeft opgebouwd, sneller kansen ziet. Ik merk ook dat zaken verwateren. Vroeger had je meer binding met de klant dan nu. Ik wist hoeveel kinderen iemand had, of hij fan was van Feyenoord of Ajax, wanneer hij jarig is. Ken je klanten. Zo’n crisis zorgt ook voor bewustwording.”

Jan Hol ziet dat meer generaties in ruste in crisistijd om advies wordt gevraagd. „Omdat ze al meerdere stormen hebben overleefd. Niet dat ze zo’n crisis kunnen bezweren, maar wellicht wel de pijn verzachten. Met zo’n ‘oude heer’ weer even aan boord, komt het wel goed, hoor je dan.”

___________________________________________


INTEREN OM ONTSLAGEN TE VOORKOMEN
Familiebedrijven teren liever in op het eigen vermogen (64 pro- cent) en zien af van dividend (92 procent) dan dat zij personeel ontslaan. Bijna zes op de tien familiebedrijven verwachten geen banenverlies, zo blijkt uit een recent RSM- Nyenrode Familiebedrijvenonderzoek. Bij een op de drie familiebedrijven worden tijdelijke contracten niet verlengd. De totale werkgelegenheid daalt dit kwartaal met 8,2 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar geleden. Gemiddeld denken familiebedrijven deze coronacrisis 10,3 maanden vol te kunnen houden. 12 procent gaat uit van drie maanden.

__________________________________________


LWV VASTELASTENREGELING TE BEPERKT
Laat bedrijven niet in de kou staan met de vaste lasten. Dat vinden MKB-Nederland en de Limburgse Werkgevers Vereniging. Ze steunen het tweede noodpakket van het kabinet. ‘Alleen de maximale vergoeding van 20.000 euro voor de vaste lasten – de zogeheten TVL- regeling – is te beperkt voor veel grotere mkb- en familiebedrijven. Ook dreigen onterecht allerlei bedrijven buiten de boot te vallen.’ LWV-voorzitter Giel Braun: „De werkgelegenheid en zelfs de continuïteit van bedrijven die vaak al generaties in de familie zijn en in de kern gezond zijn, staat op het spel.”